Hobby Psychologie - Film maken - Scenario script schrijven of draaibo

Film maken - Scenario script schrijven of draaibo



Het scenario is het verhaal van de film en de basis van een goede film. Het scenario schrijf je uit in het script. In het script staan alle omschrijvingen, handeling en dialoog. Dus geen technische aanwijzingen, geen onzichtbare elementen zoals gedachten of interpretaties van het verhaal.

De lay-out van het script is belangrijk. Het script moet zo compact mogelijk geschreven zijn met alleen de dingen die we te zien krijgen. Een bijkomstigheid is ook dat er hierdoor een interessante timing ontstaat. Gemiddeld is 1 A4 pagina van het script 1 minuut film. Het scenario moet helder leesbaar zijn, met veel witregels.


Wat mag niet in een script

Je mag geen gedachtes van mensen in het script schrijven. Dit omdat je gedachtes van mensen niet kan filmen.

Je mag ook geen dingen in het script schrijven die niet in beeld en die je niet kan horen.


Scènes

Een scenario is opgedeeld in scènes zoals een boek in hoofdstukken. Het zijn eigenlijk paragraven. Groepen scènes die bij elkaar horen vormen een hoofdstuk

(een sequentie). Bijvoorbeeld pietje zit thuis op de bank voedbal te kijken met zijn vrienden. En heeft een gesprek. De volgende scene is dat hij uit gaat omdat ze gewonnen hebben. Vaak is het zo als de gebeurtenis verandert dan is het een nieuwe scene.


Drama

Uitgangspunt voor de keuze van het onderwerp:

Kies een onderwerp dat je enthousiast maakt, waar je mee verder wilt, waardoor je beelden voor je ogen krijgt. Een thema of genre is te abstract, en probeer ook nooit je favoriete film na te maken. Wat fascineert of raakt jou bij het onderwerp dat je wilt gebruiken? Zodra je een onderwerp hebt waar je enthousiast over raakt, komt de tweede stap.


De protagonist (de hoofdpersoon)

Je moet weten wie de hoofdpersoon is, wat hij/zij wil, en wie of wat hem/haar dwars zit om dat te bereiken. De hoofdpersoon is degene die we in de film volgen, degene waarbij de kijker geacht wordt mee te leven.


Conflict:

De basisregel in drama is: drama is conflict. Conflict= doel+ hindernis. Geef de hoofdpersoon een bepaald doel die hij/zij nastreeft en een (of meerdere) hindernissen. Door deze combinatie te maken zorg je voor spanning, medeleven en sensatie bij de kijker van de film. Denk niet alleen aan schietpartijen of ruzies bij een conflict, maar ook aan innerlijke conflicten van de hoofdpersoon.(zoals bijv. twijfel)


Hoofddoel, subdoel:

Het hoofddoel is constant gedurende de hele film, en wordt pas op het einde bereikt. Een doel is echter op te delen in subdoelen en die mogen wel wijzigen of eerder bereikt worden.

Bewust en onbewust doel:

Het verschil tussen wat de hoofdpersoon denkt te

willen(bewust) en wat hij werkelijk wil (onbewust).

Niemand kent zichzelf goed.

Het verhaal krijgt bijna altijd meer diepgang als het bewuste en het onbewuste doel van elkaar verschillen.

Je kunt ervoor zorgen dat het onbewuste doel vanaf het begin consistent is zodat de hoofdpersoon en het verhaal consistent zijn. Het hoofddoel en subdoelen zorgen er voor dat je spanningsbogen krijgt. Subdoelen zijn kleine spanningsbogen en het hoofddoel is een hele grote heftige spanningsboog. Bijvoorbeeld iemand wordt achtervolgt door de maffia. Zijn doel is ontsnappen. Dus hij stapt in een auto en probeert te ontsnappen. Als hij ontsnapt is heeft hij zijn subdoel bereikt. Het hoofddoel is als de maffia achter slot en grendel verdwijnt. En hiervoor wordt hij nog 10 keer beschoten (subdoel2). Moet hij inbreken om geheimen te weten te komen (subdoel3). En na een gevecht met de baas bereikt hij dat de maffia achter slot en grendel komt (hoofddoel).


De antagonist (de tegenstander)

De antagonist is de tegenstander van de hoofdpersoon, iets of iemand die het bereiken van het doel dwarsboomt. Er kunnen meerdere antagonisten zijn, maar kies voor één belangrijkste. De antagonist kan ook in de persoon zelf zitten; bijv. angst, verdriet of bijvoorbeeld verliefdheid.


Arena

De arena is de omgeving waarin de film zich afspeelt.

Soms kan de omgeving een onmisbaar onderdeel van de film uitmaken. Bijvoorbeeld een onderzeer waar je niet uit kunt. De arena kan in dit voorbeeld ook een belangrijke antagonist zijn.


Structuur van de film

Al heb je de essentiële ingrediënten van drama, daarmee heb je nog geen verhaal. Een scène- na- scène- conflict kan erg saai zijn. Een goed verhaal heeft een goede opbouw, en die komt voort uit de verhaalstructuur.

De basisstructuur:



1e plotpoint 2e plotpoint Climax!


1e akte 2e akte 3e akte resolutie

Expositie ontwikkeling ontknoping



1e akte: expositie/ introductie

De expositie is vooral een kennismaking van de kijker met;

  1. . De personages. Over wie gaat het en wat voor soort mensen zijn het?

  2. . Stijl en genre. Is het een actiefilm? Romantische komedie?

  3. . Het verhaal. Waar zal het (ongeveer) over gaan?

  4. De omgeving/ arena. Waar speelt het zich af?

De expositie beslaat ongeveer de eerste kwart van de film


1e plotpoint

Aan het einde van de 1e akte komt het eerste plotpoint, het wendingspunt. Dit is een belangrijke gebeurtenis die het verhaal een onomkeerbare wending geeft. Na dit 1e plotpiont moet het publiek het gevoel hebben te weten waar de film heen gaat.

2e akte: ontwikkeling

De 2e akte is de langste, vanaf ongeveer de eerste kwart tot driekwart van de film.

In deze akte probeert de hoofdpersoon zijn/haar doel te bereiken, wat niet lukt. Telkens liggen er nieuwe obstakels in de weg, veroorzaakt door antagonisten.

De hoofdpersoon kan meerdere subdoelen halen, maar het hoofddoel (nog) niet, want dan zou het verhaal in een keer afgelopen zijn.


2e plotpoint

De crisis. Zonder dit punt zou de film nooit een einde krijgen. Na de 2e akte komt weer een belangrijke onomkeerbare gebeurtenis en deze stuurt aan op de grote slotconfrontatie.


3e akte: ontknoping

Na de crisis komt het verhaal in een stroomversnelling. Het raast op de confrontatie en de climax af.

De confrontatie is de scène waarin alles beslist wordt, waar de als kijker de hele film op zit te wachten: de confrontatie tussen de hoofdpersoon en de antagonist.

De climax is het al dan niet bereiken van het hoofddoel.


Voorbeeld basisstructuur:

1e akte: expositie

Pietje woont thuis op een boederij rond 1900. Zijn vrouw en kinderen slapen. Hij gaat zijn gangetje en leest de krant


1e plotpiont:

Opeens begint het huis te trillen. Het blijkt dat er een ufo geland is in zijn tuin.


2e akte: ontwikkeling

De ufo neemt pietje mee naar de alien planeet. Hier ontdekt hij een hele nieuwe levenstyle die de aliens hebben.


2 plotpoint:

Pietje keert terug op aarde. Wat gaat hij doen nu hij terug is op aarde. Hij besluit zijn naam te veranderen in Albert Einstein en heeft een compagnon in de regering die zijn naamswijziging doorvoert. Hij vindt de relativiteitstheorie uit. Zodat iedereen weet dat je door de tijd kan reizen.


3e akte:ontknoping

Hij wordt beroemt met deze theorie en iedereen denkt dat hij de slimste man is van de hele wereld.

Voer hier uw username en password in:

Username
Password