Hobby Psychologie - maatschappelijk: Het nieuwe Zorgverzekeringsbeste

maatschappelijk: Het nieuwe Zorgverzekeringsbeste


Created: 2012-11-4 Last modified: 2012-11-4 Published: 2012-11-4

Het nieuwe  Zorgverzekeringsbestel in vogelvlucht

 

Medisch noodzakelijke zorg was in grote lijnen het uitgangspunt voor de medische zorg in Nederland, of je nu particulier of ziekenfondsverzekerde was, zelfs tandartsenzorg was uiteindelijk inbegrepen. Medisch noodzakelijke zorg is een open begrip en laat de arts de ruimte dit in relatie tot de patiënt naar eer en geweten in te vullen. Voor de lagere inkomens was er een verplichte ziekenfondsverzekering. Een ziekenfondsbasispakket omvatte veel en voor een relatief luttel bedrag kon men zich aanvullend verzekeren voor extra zaken, zoals uitgebreidere tandheelkundige hulp als kronen e.d. Toch waren de aanvullende verzekeringen kostendekkend.

 

'Medisch noodzakelijke zorg' is in de zorgverzekeringswet vervangen door precies omschreven kwalen met hun behandeling. Alle inwoners van Nederland dienen zich voor een basispakket te  verzekeren  bij particuliere zorgverzekeraars die, op een enkele uitzondering na, onderdelen zijn van grote financiële conglomeraten van verzekeringsbedrijven en banken.

Het basispakket  omvat veel minder dan het vroegere ziekenfondsbasispakket, maar de prijs is minimaal 5 maal de prijs die voor een ziekenfondsverzekering betaald werd. Met betrekking tot aanvullende verzekeringen is de prijs niet zelden vertienvoudigd. Met betrekking tot particulier verzekerden ligt dat anders, zij waren vrij zich te verzekeren of niet en gezinnen met kinderen van goedverdienenden betaalden meer omdat voor kinderen betaald moest worden en tegenwoordig niet meer.

 

De verzekeraar is verplicht iedereen voor het basispakket te accepteren, ongeacht ziekte of handicap. Er mag geen onderscheid gemaakt worden in de polissen tussen de ene verzekerde en de andere verzekerde en ook de prijs mag niet verschillen. Met andere woorden, de verzekeraar mag niet aan risicoselectie doen. Dit is simpel te ondervangen door collectieve contracten voor bijvoorbeeld studerenden of werknemers van bedrijven of leden van verenigingen. De kortingen zijn begrensd. Wel kan de verzekeraar goedkope polissen aanbieden waarin in  principe het basispakket verzekerd is maar waar men alleen van met name genoemde zorgverleners gebruik mag maken en men in de praktijk in staat moet zijn goed te kunnen reizen. M.b.t. aanvullende polissen is de verzekeraar helemaaal vrij. Omdat er steeds minder in het basispakket zit, kan men bijna niet zonder aanvullende verzekering, wil men de medisch noodzakelijke zorg krijgen zoals vroeger gebruikelijk was voor bijvoorbeeld ziekenfondspatienten.

 

De basis van de zorgverzekering is dus niet meer de vaag omschreven 'medisch noodzakelijke zorg', maar de basis  is de kwaal, beschreven in een medische diagnose en de behandeling van die kwaal. Die twee worden gecombineerd tot één pakketje, de DBC.  Het  uitgangspunt daarbij is dat een ziekte, kwaal, stoornis  te vergelijken is met een mankement aan een auto en dat een mens niet wezenlijk verschilt van een auto en een dokter of andere behandelaar niet veel anders is dan een monteur/reparateur en een ziekenhuis is gewoon een groot garagebedrijf waar auto's van verschillende merken gerepareerd worden. De vooronderstelling hierbij is dat men alles weet van mensen en kwalen en hoe die te repareren. Omdat de eigen zelfstandige rol van de auto alleen in sprookjes voorkomt, speelt het eigen zelfstandige handelen van de patiënt/verzekerde in dit garagesysteem geen rol, men spreekt mensen alleen aan in hun rol van eigenaar, als eigenaar van een lichaam, waarvoor hij net als voor zijn auto of zijn fiets moet zorgen. De verzekeraar of de gemeenschap moeten anders voor de kosten opdraaien.

 

Het basispakket omvat dus omschreven kwalen  plus hun behandeling, uitgedrukt in DBC's, naast huisartsenzorg. De DBC's worden gedeclareerd bij de verzekeraars, want het systeem van de zorgverzekeringswet is zo  ontworpen dat in de polissen de kwalen met hun behandeling genoemd worden en niet een algemeen verzekerd zijn voor de kosten van ziekte, dat gaat alleen op voor de huisartsenzorg. Dat hele algemene begrip 'zorg zoals gebruikelijk voor een huisarts',  bestaat echter alleen nog voor een deel van de huisartsenzorg, maar niet voor de laboratoriumonderzoeken die de huisarts laat doen, die vallen onder ziekenhuiszorg. Huisartsen hebben contracten met verzekeraars, waarin zij overeenkomen bepaalde behandelingen zelf te doen. Die vallen niet onder de gebruikelijke zorg zoals een huisarts doet. Dat is extra en daarvoor krijgt de arts extra betaald in ruil voor extra medische persoonsinformatie, vergelijkbaar met de specialistische zorg. De verzekeraar krijgt ook de declaraties  met medische persoonsinformatie van de apotheker voor met name genoemde medicijnen. Het is de verzekeraars een doorn in het oog dat zij niet ook de huisartsengegevens krijgen. Klink wil daarin dan ook verandering brengen, te beginnen met de chronisch zieken.

 

Het zorgverzekeringssysteem is zo ontworpen  dat ze de verzekeraar een maximum aan medische persoonsgegevens verschaft. In het systeem is de verzekeraar zorgproducteninkoper en de zorgverlener zorgproductenverkoper. Dat is de enige zorgmarkt die er is. De zorgproducten zijn de DBC's en de gecontracteerde diensten, in ruil voor informatie van bijv. de huisarts. Zoals ik al schreef: alleen in sprookjes spelen sprekende en zelfstandig handelende auto's een rol. Op deze 'vraaggestuurde markt' spelen zij geen rol, auto's vragen niet,  alleen in de propagandasprookjes van de overheid. Omdat het vaststellen/ creëren wat een DBC is een ingewikkeld proces is, maar nodig om zorg in te kunnen  kopen in een systeem waarbij  zorg gekoppeld is aan met name genoemde ziektes en dat het te verzekeren risico is, is bij wet de zorgaanbieder verplicht gesteld zijn beroepsgeheim te doorbreken en precies te noteren hoeveel tijd hij  voor reparaties  bij welk mankement aan met name genoemd mens verricht, met andere woorden hij geeft aan heel veel 'derden', in ieder geval aan zorgverzekeraar, en de staat(sorganen) diagnostische gegevens omtrent de ziekte of het mankement met de gedetailleerde persoonsgegvens  en wat zijn behandeling is. Die gegevens moet hij per patiënt doorgeven aan een door VWS ingehuurd ICT-bedrijf, nu omgevormd tot een zelfstandige TTP, het DIS en DBC-onderhoud. In den beginne geheel onversleuteld of geanonimiseerd, later met weglating van wat onderdelen. Daarnaast is er een zelfstandig bestuursorgaan in het leven geroepen, de NZa, dat zelf regels maakt, controleert en sanctioneert, dat de 'markten bewaakt'.  

Zoals ik al aangaf, er is in wezen maar één zorgmarkt, die van verzekeraars en zorgverleners. Daarnaast is er een verzekeringenmarkt, van verzekeraars en de gehele bevolking van Nederland, waarbij de burgers verplicht zijn een verzekering af te sluiten op door de verzekeraar bepaalde condities, waaronder accoord gaan met de opheffing van het beroepsgeheim van de zorgverlener. De regels zijn er vooral op gericht de zorgverleners te laten opereren binnen het garagemodel van de DBC's. De NZa bepaalt samen met het CVZ uiteindelijk welke producten de zorgverleners mogen verhandelen en declareren en wat de maxiumumprijs is. De NZa krijgt zowel van de zorgverzekeraars als van de zorgverleners een veelheid aan informatie, waaronder medische persoonsgegevens en gegevens van de zorgproducenten over hun producten. Dit doet de NZa allemaal voor het welzijn van de patiënten/auto's, die als individu echter niets te zeggen hebben en zich niet kunnen verzetten tegen de regels opgelegd aan de zorgverleners/producenten, die hen raken. Zij zijn nimmer gesprekspartner en hebben ook in het bestuursrecht geen recht van spreken.

 

Het systeem is gericht op een steeds gedetailleerdere weergave van het mankement/diagnose, opdat er automatisch een declareerbare behandeling aan gekoppeld kan worden en weergegeven in internationaal uitwisselbare gegevens. Dit is de DOT-excercitie. E.e.a. wordt uitgewerkt door een Amerikaans ICT-bedrijf dat ook het Landelijk Schakelpunt beheert en verder uitwerkt. Een koppeling van die twee is simpel en profijtelijk. Dat mag nu (nog) niet, maar het kan wel. En alles wat kan, en machtige spelers geld oplevert, zoals de banken en verzekeraars, dat mag binnen afzienbare tijd.

 

Medisch noodzakelijke zorg is vertaald in een vast pakket kwalen en behandelpakketjes. De verzekeraars mogen bepalen wat ze kopen en voor welke prijs en in hoge mate wie de behandeling mag geven. Het idee is dat ze goed in zullen kopen en goedkoop omdat daar hun klanten op af komen. Het systeem is bedoeld om de zorg goedkoper te maken, niet voor de patiënt, maar voor de verzekeraar en voor de staat. Patiënten zijn geneigd alles voor hun gezondheid over te hebben. De natuurlijke bond van een patiënt is die met zijn hulpverlener. Die bond en die neiging van de patiënt alles voor zijn gezondheid te willen betalen moet afgebroken worden wil de handel in DBC's/zorgpakketjes door de verzekeraars echt vruchten af kunnen werpen. De hulpverlener moet inwisselbaar worden en een vast omschreven protocol uitvoeren, vergelijkbaar met het werk van een arbeider bij de olieprocesindustrie. Voor de ontwikkeling van protocollen heeft de overheid gelden beschikbaar gesteld.

 

Toch kan de ene verzekeraar, omdat daar bijvoorbeeld bepaalde ziekenhuizen of zorgverleners gecontracteerd heeft of omdat er in een bepaalde regio meer arme mensen wonen meer 'schade' lijden dan een andere verzekeraar. Om verkapte risicoselectie, door bijvoorbeeld het beschikbaar stellen van minimaal gekwalificeerde zorgverleners, tegen te gaan, wordt een steeds gedetailleerder systeem van risicoverevening gebruikt, waarbij verzekeraars op basis van heel veel kenmerken per patiënt extra geld van het CVZ  krijgen of wat moeten betalen. Dit wordt betaald uit de pot die door de belasting over inkomens geind wordt.

 

De verzekeraar, de NZa,  het centraal indicatieorgaan, het CVZ, de CAK, het DIS krijgen allemaal medische persoonsgegevens. In tegenstelling tot de hulpverleners die medische persoonsgegevens in de eerste plaats verwerken voor de behandeling van hun patiënten, gaat dat niet op voor de andere spelers en al helemaal niet voor commerciële verzekeraars. De verwerking door die instanties heeft slechts met geld en macht te maken.

 

Nog niet gesproken is over de rol van ICT en ICT-bedrijven in het geheel en de gigantische bureaucratie die zeer kostenverhogend werkt. Geld dat niet in de zorg gestoken wordt, maar in de geldhongerende ruis er om heen. De zorg is deze eeuw aanmerkelijk slechter en veel en veel duurder geworden. De patiënt, de burger betaalt een veelvoud van zeg 6 jaar geleden, terwijl hij een fractie van de toenmalige zorg vergoed krijgt. De kosten voor het nieuwe zorgverzekeringssysteem als geheel stijgen expantioneel.

 

Het laatst is de Geestelijke Gezondheidszorg onder de werking van de Zorgverzekeringswet gekomen. Ook daar zijn DBC's ingevoerd. De verhandelbare producten zijn gecreëerd op basis van een classificatiesysteem, de DSM, vaak een diagnostisch systeem genoemd, maar van diagnosen van een ziekte of stoornis kun je niet spreken. Er is nog te weinig bekend over wat maakt dat mensen voelen wat ze voelen en zich gedragen zoals ze zich gedragen. Dat is voor de DSM ook niet de vraag. Daar ordent men alleen in clusters op basis van wat men denkt dat 'normaal' is of wat de gemiddelde mens 'scoort', al dan niet via testen. Het zijn in wezen ruwe schetsen,  grove verzamelingen van menselijke kenmerken, waarop men dan een etiket heeft geplakt. Zij dienden oorspronkelijk om enige systematiek aan te brengen en enige uitwisselbaarheid van informatie tussen onderzoekers. Ten onrechte doet men of het afgebakende ziektes zijn, niets is minder waar en de meeste kenmerken komen in meer of mindere mate bij alle mensen voor.  Er is dus geen sprake van een afgebakende ziekte met een daaraan gekoppelde behandeling. Op basis van dat DSMsysteem zijn er wel te verhandelen zorgproducten gemaakt, de DBC's in de GGZ. 

 

Hoewel er dus nog weinig bekend is met betrekking tot de zaken waarmee mensen bij hulpverleners komen is er wel een classificatiesysteem, waarmee gesuggereerd wordt dat het om afgebakende stoornissen en ziektes gaat. Dat systeem is in toenemende mate een eigen leven gaan leiden. Gewone varianten in menszijn, tijdelijke wisselingen in gevoel en ervaren, maatschappelijke invloeden op menselijk gedrag, voelen en ervaren, de eigen en andermans rol, dat alles wordt vervangen door een ziekte- of stoornisetiket. In toenemende mate lees je, zie je op TV, artikelen/programma's, goed bedoeld vaak, waar men aandacht vraagt voor 'mensen met een psychiatrische achtergrond'. Die mensen komen ook aan het woord en zie, ze spreken de taal van de DSM, ze voelen zich niet meer moe, of geïsoleerd, boos of bang, maar hebben last van negatieve symptomen of van compulsief gedrag. Ze voelen niet meer, ze definiëren zichzelf in termen van een stoornis. De meesten gebruiken ook pillen, steeds meer.

 

De DBC's in de GGZ hebben dus een schijn van exactheid. De handel in de zorgproducten voor mensen met een burn-out, een depressie, een trauma, een psychose, vraagt om duidelijke afbakening van de ene 'ziekte' van de andere 'ziekte'. Het  systeem van de zorgverzekeringsmarkt heeft in wezen maar twee posities: die van de zorginkoper, de verzekeraar en die van de zorgverkoper, de behandelaar, de patiënt speelt alleen de rol van auto. Is dat voor mensen met een duidelijk lichamelijk mankement al niet prettig, voor mensen die psychisch lijden, die moeilijkheden ervaren  op het gebied dat hen de mens laat zijn die ze zijn, hun voelen, ervaren, hun handelen is dat ronduit een ramp.  Nu matcht dat garagehoudersmodel aardig met de klassieke houding van een deel van de GGZ-zorgverleners in de instellingen, maar de formele psychotherapiebedrijvenden en de hulpverleners die juist werken vanuit en met een persoonlijke betrokkenheid van mens tot mens weten dat je mensen wel kunt onderscheiden en dat je ook mensen kunt indelen, maar dat je geen psychiatrische ziekte kunt afbakenen,  en je kan de mens die lijdt niet afsplitsen of opsplitsen en buitenspel zetten. Je kunt ook niet zeggen die is geestelijk gezond, die is geestelijk ziek en heeft die en die ziekte, je kunt hooguit vage syndromen beschrijven en beschrijven waar mensen meer of minder last van hebben. Het leven van de patiënt, de patient zelf is daarbij belangrijk, zijn voelen, ervaren, kijk op dingen, zijn mate van openstellen voor wat de therapeut te bieden heeft,  actieve betrokkenheid bij de eigen behandeling. Ook de maatschappij, politieke besluiten dringt zich in de levens, beïnvloedt levens, maken zaken mogelijk of onmogelijk.

Met andere woorden, het 'zorgproduct' bestaat in hoge mate uit contact van twee of meer mensen met elkaar met als uiteindelijk doel het lijden van de één te verminderen. Waaruit dat lijden bestaat is niet in een DSM, noch in een DBC-code aan te geven, het lijden is ook niet een ziekte, valt ook niet te herleiden tot een stofje dat ontbreekt in een brein. Een brein is veranderlijk, verandert o.i.v. ervaringen, voeding, omstandigheden, voelen, denken. Met andere woorden psychisch lijden is onlosmakelijk verbonden met voelende, denkende, handelende mensen, die eten, slapen en existeren in een samenleving, is niet los te zien van die samenleving.  De DSM classificeert alleen een deel van de uiterlijke kenmerken van het lijden en noemt die classificatie een ziekte of stoornis. Omdat men voor een heel groot deel behandelt in het luchtledige van ontbrekende kennis, is behandelen nog in hoge mate een zoeken, zowel van de patiënt als van de behandelaar, tenzij men heilig overtuigd is van het ziekte- en stoornissenbegrip van de DSM en  slechts pillen voorschrijft, dan heeft de één, de auto, een ziekte, die de ander, de monteur, repareert.

 

Die DBC, DSM-etiketten werken naar twee kanten stigmatiserend en vervreemdend. De buitenwereld definieert mensen met psychische problemen als gestoord en zichzelf als niet gestoord. Mensen in het algemeen worden in toenemende mate beschreven in termen van DSM, de hele wereldbevolking lijdend aan een of andere stoornis. Dat is in hoge mate vervreemdend. Datzelfde gaan geetiketteerde patiënten ten aanzien van zichzelf doen.  ( Zie ook http://actv.haifa.ac.il/programs/List.aspx?li=52  Twee lezingen over stigma)

Dat alles heeft verregaande consequenties, stigmatiserende, uitstotende en  geen specialisme als de psychiatrie draagt zelf zozeer uit: eens ziek, altijd ziek. De internist spreekt niet van 'de interne patiënt'of de dermatoloog van de 'dermatologische'patiënt. De psychiater wel, die schrijft zelfs naar de minister van VWS een brief over de psychiatrische patiënten in relatie tot orde en overlast, daarmee vooroordelen bevestigend in de hoop meer geld te vangen .

 
Zijn mensen die aankloppen in de GGZ, hulpvragers vergelijkbaar met mensen met een somatische biologisch traceerbare zieken? Ja en nee en onbekend zou het antwoord kunnen zijn. Er zijn aanwijzingen dat mensen met bepaalde klachten een brein hebben dat aantoonbaar anders werkt dan doorsnee. Wat is het verschil dan met mensen met epilepsie, een tumor, een CVA. Het verschil is dat daar wat meer over bekend is. Iets anders is dat leven, ervaren ons brein vormt en dat vele varianten mogelijk zijn waardoor wij minder opgewassen zijn tegen de eisen die leven in een maatschappij als de onze stelt. Is dat een medisch probleem? Is dat een stoornis, een ziekte? Misschien soms wel en misschien soms niet. Ik denk vaak niet of voor een heel groot deel niet. Niet dat mensen geen hulp nodig hebben of kunnen gebruiken en misschien moeten leren hun leven anders te leven, maar dan heb je eerder wijze mensen met levenservaring nodig dan dokters. En juist dat leven, die processen zijn niet in een verhandelbaar, afgebakend diagnostisch-behandelpakketje te stoppen.

J.S. van der Zee

 

 

 


Voer hier uw username en password in:

Username
Password